Toen ik in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, vanwege mijn beroep, de Deltawerken
vaak bezocht, kwam ik onder de indruk van het gemak en de relatieve eenvoud van de
methode waarmee de Grevelingendam en de Brouwersdam werden aangebracht. De gondels van
de kabelbaan wierpen grotendeels onafhankelijk van weer, wind en getij onverstoorbaar
(eventueel dag en nacht) hun betonblokken het water in.
Toen de Commissie Maljers
vroeg om alternatieven voor ontpoldering leverde ik daarom een plan in voor een pilot-
project.
Met een blokkendam op de Nolleplaat (binnen mijn gezichtsbereik!) wilde ik de natuur een
aanzet geven voor het vormen van een hogere zandbank, eventueel uit te
breiden tot een eiland.
Het eerste argument lijkt me niet te handhaven. Mijn plan zou immers de natuur niet aantasten maar juist meer mogelijkheden bieden.
Contact met waterbouwers van de huidige generatie leerden mij dat een zachtere benadering tegenwoordig toch wel de voorkeur verdient.
In het hoodstuk Natuurbouw in de monding van de Westerschelde
komen daarom ook andere methoden aan bod die kunnen worden gebruikt om zandbanken te
ontwikkelen op de Vlakte van de Raan. In beginsel was het me oorspronkelijk alleen
hierom te doen. Het motief daarvoor was dat zandbanken aantrekkelijker zijn voor dieren dan voor mensen.
In de ontpolderingsdiscussie schijnen echter eilanden aantrekkelijker over
te komen. Het Provinciaal Bestuur lijkt nu zelfs voor de toekomst een soort archipel op
de Vlakte van de Raan in gedachten te hebben.
Als (oud)waterbouwer heb ik daar mijn
bedenkingen bij. Vele kleine eilandjes hebben samen toch een uitgestrekte kustlijn. Deze
zal zonder kunstmatige ingrepen moeilijk overal in stand zijn te houden. Ik geef daarom
de voorkeur aan één kustreep met een stevige basis. Deze kan dan
verder bescherming bieden aan een geheel door de natuur te vormen slikken- en
schorrengebied in de luwte ervan.
Als bewoner van een appartement aan de Boulevard in Vlissingen heb ik uitzicht over een
groot deel van dit zeegebied. Sporadisch zie ik er een zandzuiger, vissersschip of
zeilboot varen. Iets meer variatie in dit beeld zou mij persoonlijk welkom zijn, vooral
wanneer daarbij op grootscheepse wijze schone energie en natuur mee gewonnen zou kunnen
worden. Gesterkt door plannen van prof. Geuze, die in Buitenhof een plan
voorstelde om zandbanken voor de kust te ontwikkelen om de problematiek van de stijgende
zeespiegel beter op te kunnen vangen, wil ik voortbouwen op mijn ingediende plan en het
combineren met een windmolenpark.
Het opwekken van schone energie met behulp van windmolens levert voor de direct
omwonenden overlast op, vooral de stilte en het uitzicht worden aangetast.
Echter door de molens mijlenver uit de kust te plaatsen vervallen, zeker voor niet al te
fijn besnaarde mensen, deze bezwaren. Tegelijk kunnen de masten van de windmolens
fungeren als pylonen voor een kabelbaan
De Vlakte van de Raan heeft op de lijn Westkapelle-Zeebrugge een diepte van rond N.A.P. - 5 m. De afstand van de Zeeuws-Vlaamse en Walcherse kust bedraagt ± 10 km. Er kan een project met een totale breedte van ± 4 km worden gebouwd.
Om zoveel mogelijk ruimte te scheppen voor zowel de energiewinning als de natuur wordt het project in de vorm van een halve cirkel ontworpen. De masten van de windmolens dienen ook als pylonen voor een kabelbaan. De kabelbaan vormt de basis om op snelle wijze een dam van ruim 6 km lengte te realiseren.
Over deze lengte kunnen ± 60 grote windmolens worden geplaatst. Deze kunnen een belangrijke hoeveelheid schone Zeeuwse energie opwekken. Delta N.V. heeft veel ervaring met de kruising van brede zeearmen. Het windmolenpark zal daarom zonder grote problemen kunnen worden gekoppeld aan hun net in Zeeuws-Vlaanderen en/of Walcheren.
Zoals in Natuurbouw in de monding van de Westerschelde wordt
omschreven, kan de dam tussen de molens op verschillende manieren worden opgebouwd.
Tijdens de uitvoering van de Deltawerken is gebleken dat het opstorten van een dam met
behulp van een kabelbaan betrouwbaar en snel kan worden uitgevoerd. Toentertijd werden
er zeegaten mee afgesloten. Bij toenemende hoogte van de dam namen in die situatie de
stroomsnelheden sterk toe. Het lag dus voor de hand goed stroombestendig materiaal in de
vorm van betonkubussen van 2,5 ton te gebruiken.
In ons geval zullen de waterstanden aan weerskanten nauwelijks verschillen zodat met
minder grof materiaal kan worden volstaan.
Omdat zand (en eventueel grind) in de omgeving kunnen worden gewonnen lijkt de volgende
methode de voorkeur te verdienen.
De gondels worden voorzien van netten die worden
gevuld met zakken zand. De (kunststof)zakken dienen van een flink formaat te zijn;
zo gauw de dam het wateroppervlak nadert worden de zandzakken immers ook blootgesteld
aan de
golfaanval.
Electriciteit is er in overvloed beschikbaar. Vermoedelijk is het daarom het handigst om eerst een werkeiland op te bouwen waarop een of meer zakkenvulmachines kunnen worden gestationeerd. Ook het onderhoud van de gondels kan er gemakkelijk plaatsvinden. Vanzelf kunnen er ook de nodige gebouwen voor personeel en materieel gebouwd worden. Desgewenst kan er ook een haven worden gebouwd voor communicatie met de wal en als vluchthaven voor het varende materieel.
Het grote voordeel van de toepassing van een kabelbaan is de onafhankelijkheid van het
getij, bovendien kan er tot boven de waterspiegel worden opgestort.
Bij voldoende hoogte boven water valt dan ook te verwachten dat er binnen betrekkelijk
korte tijd een duinreep ontstaat. Hierachter zal in de halfcirkelvormige kom een luw
gebied ontstaan. Op natuurlijke wijze zal zich daar een slikken- en schorrengebied
vormen.
Na de vorming van de duinreep zijn de zandzakken uit het zicht verdwenen; bovendien
zullen ze in de loop van de tijd door de natuur worden afgebroken.
Afgezien van 60 windmolens resteert er uiteindelijk alleen natuur.
Desgewenst kunnen, bijvoorbeeld na ontwikkeling van andere schone energievormen, de
windmolens worden gesloopt.
De afgezonderde ligging, 'ver' van de kust, staat borg voor een voorspoedige ontwikkeling van veel ongerepte natuur. Niet alleen morfologisch ontstaat er een uniek gebied, ook flora en fauna krijgen er in onze (over)geciviliseerde wereld ongekende mogelijkheden. Als gewezen imker denk ik bijvoorbeeld aan een kweekstation voor Varoa- vrije Buckfast koninginnen.
Naast een ideaal gebied voor broedende kustvogels zal het ,door de centrale ligging in brede Westerscheldemomding, ook een welkom rustpunt bieden aan trekvogels.
Doordat zich kustvormen in allerlei variëteiten zullen ontwikkelen wordt het ook zeer aantrekkelijk voor vissen en zeezoogdieren.
De natuurwaarde van het gebied zal zonder twijfel sterk toenemen in vergelijking met de natuurwaarde die het gebied momenteel bezit.